
Hieronder staan liedjes die bij Pino vaak met de kinderen worden gezongen:
Een spinnetje, een spinnetje
Een spinnetje, een spinnetje,
dat zocht eens een vriendinnetje,
en het zocht eens hier, (kriebelen bij kindje naast je)
en het zocht eens daar, (kriebelen bij andere kindje)
ach, had ik mijn vriendinnetje maar...
Twee spinnetjes, twee spinnetjes,
dat waren samen vriendinnetjes,
en ze speelden eens hier, (kriebelen...)
en ze speelden eens daar, (kriebelen...)
en ze bleven altijd bij elkaar.
De vingertjes
Met de vingertjes, met de vingertjes,
met de vlakke, vlakke handjes,
met de vuistjes, met de vuistjes,
met de elleboogjes BOEM!!!
(eerst normale sterkte, hand HARD, en dan heel zacht!)
Duimelot
Naar bed, naar bed zei Duimelot,
Eerst nog wat eten, zei LIkkepot,
Waar zal ik het halen, zei Lange Jaap,
In Oma's kastje, zei Ringeling,
Dat zal ik verklappen, zei 't kleine ding.
De olifant
Jongens, meisjes, aan de kant,
hier komt een grote olifant,
GROTE POTEN, GROTE OREN,
en een lange slurf van voren.
Het krokodilltje
Op een heel smal bruggetje,
liep een krokodilletje.
Ieder die er langs kwam,
die beet hij in zijn billetje.
Stoute, stoute krokodil,
bijt jij zomaar in mijn bil?
Moet ik de politie halen?
Dan moet jij mijn billetje betalen!
Jan Huigen in de ton
Jan Huigen in de ton,
met een hoepeltje erom,
Jan Huigen, Jan Huigen,
En de ton begon te buigen, te buigen,
En de ton die viel kapot!
Zigeunerliedje
Er zat een klein zigeunerkindje,
huilend op een steen,
huilend, huilend, heel de dag alleen.
Sta op kindje lief en droog je traantjes af,
en kies een kindje uit de kring
met wie je dansen wil, sta stil.
Een kringetje
We maken een kringetje
van jongens en van meisjes,
we maken een kringetje van tralala.
Maak nu een buiging,
maak nu een buiging,
bij de hand, bij de hand,
pak je liefste bij de hand.
Het kabouterbos
Onder hele hoge bomen,
in het groot kabouterbos,
staat een heel erg aardig huisje,
zomaar midden op het mos.
'k Zou er best wel willen wonen,
maar ik ben al veel te groot.
't Is gebouwd voor de kabouters,
met hun mutsjes en jasjes rood.
Gaat het 's avonds donker worden,
is het helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters,
heel gezellig bij elkaar.
Ieder zit dan op een stoeltje,
met een kaarsje in zijn hand,
en dan branden zoveel lichtjes
in kaboutersprookjesland.
Hompeltje en Pompeltje
Hompeltje en Pompeltje, die klommen op een berg,
Hompeltje was een kaboutertje en Pompeltje een dwerg.
Ze klommen hoger en hoger tot boven in het topje
en ze schudden met hun kopje.
Toen zijn ze in de berg gekropen
en niemand heeft ze meer zien lopen.
Daar liggen ze nu op een oor.
Stil maar, ik geloof dat ik ze hoor...
(snurk, snurk, snurk...)
Kabouter Spillebeen
Op een grote paddestoel,
rood met witte stippen,
zat kabouter Spillebeen,
heen en weer te wippen.
KRAK! zei toen de paddestoel,
met een diepe zucht.
En allebei zijn beentjes,
HOEPLA, in de lucht!
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||||
![]() |
|||||||||
| | |||||||||